Harbour Park

Maxwan architects + urbanists

Op de schaal van de haven is een verbetering van de beeldkwaliteit pas zinvol als ze gepaard gaat met een toename van de gebruikskwaliteit en daarmee van het aantal deelnemers aan de haven.
Denk eens na over het volgende: de haven heeft een aantal natuurprojecten mogelijk gemaakt in het kielzog van de ontwikkeling van de Maasvlakte 1en 2. Deze projecten staan bekend als projecten ter compensatie. (Google “Maasvlakte + compensatie”: 19.000 hits). Dit roept een desastreus beeld op: de bijdrage van de haven aan natuurontwikkeling wordt beleefd als een boete die wordt betaald om het verlies aan kwaliteit op eigen terrein te compenseren door verbetering van de kwaliteit elders.
Wat we willen is een project dat verlies aan kwaliteit niet compenseert maar dat kwaliteit verhoogt; een project dat zich niet afspeelt ver buiten of net over de grenzen van de haven maar binnen die grenzen; een project dat niet alleen het beeld van de haven verbetert, maar dat vooral het gebruik van en het aantal deelnemers aan die haven verbetert.
De haven beschikt – op eigen terrein - over 3600 ha restruimte, het residu van de strijd om economisch rendabele haventerreinen en de beste routes voor kabelzones en grote infrastructuur voor auto, spoor en binnenvaart. Deze restruimte bestaat uit een groot aantal slierten grond die met elkaar verbonden zijn (!) en die de haven van oost naar west doorsnijden. Ze vormen een route.
Zoals het Ruhrgebied haar Emscher Park heeft, een park liggend in de restruimtes, achtergelaten door een oude, stilgevallen economie, stellen wij binnen het grondgebied van de Rotterdamse haven het ‘Harbour Park’ voor.

Regio

Schaal

Opdracht

Thema

Ontwerper:
Maxwan architects + urbanists

Datum ontwerp:
2007

menu ?>
credits en contact

Maxwan team: Rients Dijkstra, Hiroki Matsuura en Thomas Stellmach met Martijn Anhalt, Max Cohen de Lara, Klaas Hofman, Michiel Raats, Darrel Ronald, Claudia Strahl, Harm te Velde (3D CAD).

maxwan@maxwan.com

www.maxwan.com

In samenwerking met René Heijne, Ruimtelab.